Drie weken lang niet kunnen lessen. Het weer, de griep, gewoon pech. Maar wel droogvliegen, oftewel stoelvliegen, oftewel mijn ogen dicht en een vlucht met opdracht visualiseren. Het schijnt dat je daarmee je motorieke geheugen er ook mee traint. Dat plus vele dromen over vliegen (het laat je niet los, ook ’s nachts niet) was ik overtuigd dat ik weer een top les zou hebben. Helaas.

Het was weer even wennen. De checks en constant het “oja” gevoel. Ondanks een redelijk nette take-off had ik blijkbaar niet mijn dag. Hoe langer de les vorderde hoe meer ik op mijn fouten of onzekerheid ging focussen. Stom. Maar gevoel en verstand zijn twee aparte dingen. Ik ben een perfectionist en wil graag in alles wat nieuw is meteen de beste zijn. Ik ben mijn eigen grootste concurrent en mijzelf verbazen of overtreffen is een onmogelijke taak.

Ik blijf moeite hebben met RT (radio telefonie, praten met de toren). Het is super simpel wat je moet zeggen op Lelystad, het is een ongecontroleerd veld. Maar op één of andere manier, misschien door onzekerheid, maak ik stomme fouten. Gelukkig wordt mijn schaamte en frustratie daarvoor overtroffen door de lol van anderen die eraan hebben.

“PH-KLQ, runway zero five……”
Ik herhaal “…runway five zero…”. Oen!!
“Doe maar zero five alsjeblieft”  zegt de toren.
Ik: “ha, sorry”
Toren: “Maakt niet uit, als je maar de runway vindt”
Mijn instructeur: “Ha ha, daar zorg ik wel voor hoor.”
Iemand in de lucht: “Dat is dat lange grijze baan met witte strepen.”
En er volgt gelach op de radio.

Ha ha, en bedankt.

Weer wat stall naderingen zelf geoefend en side slipping. Geen angst. Niet dat ik het nog steeds niet spannend vind, ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik het leuk vind. Maar nu zonder angst side slipping geprobeerd. Met 1000ft per minuut zakken, een bibberende kist en rare gevoel dat je best wel extreem zijwaarts vliegt maakte me niet misselijk, wat ik wel had verwacht. Mijn lichaam kan dus blijkbaar meer aan dan die beren op de weg mij proberen te doen geloven. Drie landingen waarvan 2 touch & go’s. Ik had verwacht dat mijn instructeur de landing op het laatste moment zou overnemen zoals eerdere lessen, maar omdat ik dat verwachtte en het blijkbaar goed ging, toch zelf de wieltjes op de grond mogen zetten. In mijzelf stel ik de vraag “deed ik dat?”. De tweede keer wel te hard en met een stuiter omdat ik het gas te snel dicht gooide maar ik mag er best blij mee zijn dat ik niet alleen de lucht in kan maar ook veilig uit kan. Lijkt dan wel als een dronken aap die uit de boom valt, maar wel zonder iets te breken. Voor mij was het grote AHA moment, dat ik de crosswind doorhad bij de nadering zonder een hectisch hoofd te hebben. Voelde stiekem als een kleine overwinning. Waar eerst het te hectisch en te druk was in mijn hoofd en ik totaal geen gevoel had met het vliegtuig, had ik dat nu juist wel. Niet dat het perfect ging, maar ik voelde het in plaats van dat ik het moest “analyseren”.

Thuis aangekomen was ik ondanks er veel goed ging verre van tevreden met mijzelf. Ik weet wat ik moet doen maar toch vraag ik constant bevestiging. Ik ontdek dat ik liever iets vraag dan ik het doe en een fout maak. Faalangst is het niet echt. Ik ben een goede verliezer. Maar ik wil te graag. Het is te lang een droom en grote wens geweest en daardoor een te grote moetje een natuurtalent te willen zijn. Dat belemmert alleen maar en werkt averechts. Volgende les ga ik in plaats van vragen, zeggen wat ik ga doen en mezelf de eer gunnen een fout te maken en die te corrigeren of laten corrigeren. Want daar leer je immers sneller van dan de beste, snelste en stoerste te willen zijn. En vertrouwen dat ik best veel dingen weet.

Zoals een vliegvriendje zei “met vliegen leer je veel over je zelf”. En dat kan best confronterend zijn. Misschien dat daarom piloten zo leuk zijn, ze zijn de beste versie van hunzelf geworden.