Mijn hoofd tolt nog. Les 10. Na weer een paar weken geen les gehad te hebben (feestdagen, je kent het wel), mocht ik weer. Vanwege lage bewolking, werd het weer circuitjes in plaats van die stall oefeningen die ik nog moet afmaken. Mijn ouders wilden graag komen kijken. Dus met trots “mijn” Q laten zien en zijn ze lekker gaan lunchen bij Flantuas. Zo kon ik zonder afleiding rustig de walkaround doen en met mijn instructeur de pre-briefing.

Er stond behoorlijk wat wind. Ongeveer 17 knopen (in de piek) met 23 knopen gusts. Gelukkig exact in de richting van de baan, namelijk 230. De takeoff ging lekker soepel en snel. Met zoveel headwind (tegenwind) stijg je snel op. Eenmaal op downwind ging alles in een razend snel tempo. Je grondsnelheid is natuurlijk met wind mee een stuk sneller en ik moest snel schakelen. Thuis heb ik circuit vliegen al duizend keer geoefend in mijn hoofd. Maar de wind met die vlagen leidde mij erg af. Ik was overloaded. Het voelt alsof ik de hoofdrol speel in de film Crank.

Mijn instructeur doet met al zijn geduld zijn best mij te overtuigen dat ik echt niet elk vlaagje en dipje hoef te corrigeren. Ik geloof hem. Maar het is met een hoofd vol wind verrekte moeilijk je gigantische drang elk zuchtje wind te corrigeren. Ik heb geen Google Glass nodig want ik zie voor mij het plaatje van de circuit. Waar ben ik? Oja, downwind. Snelheid 80kts maar vanwege wind 5kts extra. De snelheidsmeter blijft door de wind niet stil, het is met 2 seconden kijken een gemiddelde schatten. Landingslicht, fuel pomp, alles checken. Buiten kijken. Wauw dat gaat snel met wind mee. Voor ik het weet, zit ik al base te draaien en zie ik dat mijn snelheid nog te hoog is. Flaps in takeoff stand? check, hoogte even vasthouden en vermogen een flink stuk terugnemen. Alsof mijn hoofd nog op downwind zit, probeer ik de workflow in te halen. Ik zit al op final. Nog te hoog, hoogte verliezen maar snelheid niet laten oplopen. Flaps in landing stand. Mijn hoofd zit nu pas op base maar ik vlieg al op final 300ft. Ik probeer mezelf in te halen. Ik lijk wel schizofreen. Terwijl mijn ene hersenhelft alles probeert bij te houden en een inhaalslag maakt, zit mijn andere hersenhelft te concentreren op het einde van de baan en die glijpad vast te houden. Gelukkig is er flink wat tegenwind dus ik krijg de tijd mijn twee hersenhelften synchroon te laten lopen. Omdat ik te hoog uitkom en ik ook te vroeg boven de baan horizontaal ga vliegen, eindigt de touch and go in een stuiter. Mijn eerste reactie is gas erop, stijgen, wegwezen. Flaps standje omhoog, 65 knopen klimmen, rechtsvoet. Vogels! Zucht, die blijven gelukkig rechts van ons. Vliegtuig nog blij? Ik blij? Geen verkeer in de weg?

Adem in adem uit.

Dit herhaalt zich 4 keer, achter elkaar. Mijn instructeur zegt: “Ja… het is sportief vliegen vandaag.” Met een rood hoofd, een hartslag die uit zijn ritme is gewaaid en een kist die alle kanten op hobbelt denk ik bij mezelf “Sportief? Dit zijn horizontale aerobatics met een stevige borrel op.”

De 5de poging. Takeoff gaat weer goed. Maar dat is ook niet zo moeilijk. Ik ben wat laat steeds met rotatie maar dat komt wel goed. “ENGINE FAILLURE”. Mijn instructeur gooit het gas dicht. Dat had ik geeneens gezien en mijn eerste reactie is neus omlaag om snelheid te behouden. Waar zou ik een noodlanding kunnen maken? Na de baan allemaal bruine velden met diepe tractor sporen. Daar wil je niet landen. Verderop een groen veldje maar de lengte zit horizontaal van me. Ik zou dus eerst naar links en dan op final naar rechts moeten sturen en een boerderij ontwijken. Pfff… dat is een uitdaging. Ik zeg hardop mijn gedachtes. Het is goed. Gas er weer op. Hoogte weer terugwinnen en daar gaan we weer.

Circuit nummer 6. Ik vraag hem of dit een full stop wordt, ik ben kapot. We zouden maar een half uurtje lessen vandaag en de tijd zit er ook op. De laatste ronde heb ik wat meer rust in mijn hoofd. Mijn bochten zijn netter, ik heb het gevoel dat ik meer “tijd” over heb en ik vind de ideale glijpad. “Nu horizontaal vliegen en….bevries!”. Alsof ik een scene van een spannende actie film in slowmotion kijk, bevries ik alles, letterlijk. Mijn ademhaling stopt, mijn blik is op het einde van de baan gefocust en met mijn rechterhand zit ik bevroren klaar meteen gas erop te doen mocht het nodig zijn. De tijd stopt, ik zou de vleugels van een kolibrie kunnen zien wapperen. Elk veertje op zijn vleugel langzaam op en neer. De wielen van de Q geven de baan een kusje. Er viel geen kwartje, wel een dubbeltje. Aflevellen en afvangen is opeens stuk meer helder. Oja, remmen. Tijd is weer terug naar het heden. Checks, sturen, taxiën.

Ik sla een diepe zucht. Het was een rommelig, hectisch en pittig lesje maar ik kan precies benoemen wat ik fout doe en nu ik thuis zit met een heerlijk welverdiende Pinot Gris, kan ik nu ook verklaren waarom het zo hectisch ging. De wind de schuld geven vind ik geen ‘good airmanship’. Het ligt aan mijzelf. Omdat ik nog geen echte routine heb, sla ik stappen in mijn hoofd over en ga ik focussen op details die op dat moment even niet belangrijk zijn. Ik heb nog te weinig vertrouwen in het vliegtuig en heb nog te weinig ervaring met bijzondere weersomstandigheden. Met mijn werk ben ik een kampioen in multitasken, met vliegen heb ik de neiging diezelfde aanpak te nemen terwijl ik maar eerst even mijzelf de gunst moet geven stap voor stap te werken. Het minimum om je PPL te halen is 45 uur. Ik heb pas 9,5 uur gevlogen en moet niet vergeten dat ik nog heel wat uurtjes heb te oefenen.

De stress kan hoog zijn met vliegen. Prioriteren is letterlijk van levensbelang. Het belangrijkste wat ik heb geleerd met deze les? Ademen. Laat het vliegtuig vliegen, trim op tijd en werk stap voor stap. Straks neemt mijn motorische geheugen het over en hou ik “bitjes vrij” (ook weer een wijze quote van een piloot). Morgen weer met een foto van de cockpit voor mijn neus denkbeeldige circuitjes vliegen en hopelijk wordt het nog eens wat met mij.