Ik ben lid van een club. Vrienden van vroeger zullen erom lachen. Een club? Jij? Ik ben nooit zo van de clubjes geweest. Ik heb het liefst overal en nergens verschillende type mensen als vrienden. Dan kan ik afspreken met een “type” naar gelang mijn bui van die week. Misschien komt het omdat ik toen ik jong was 5 keer was verhuisd en voor mijn 18de al op 8 verschillende scholen. Mij dus ‘binden’ aan een clubje is als het proberen te mengen van water met olie. Maar met hard schudden en een toegevoegd element is alles te mengen. Zo heeft mijn passie voor het vliegen mij weten te mengen met een club. De KLM Aeroclub. En je mag het ironie noemen, maar nog nooit heb ik zoveel verschillende “type” mensen in 1 klap ontmoet. En niet zo maar mensen, ik mag ze gerust vrienden noemen. Want buiten de club, buiten het vliegen heb ik weer een aantal mensen erbij waarmee ik kan afspreken naar gelang mijn bui van die week.

Over ons bijzondere club mag ik schrijven. Maar ook over mijn avontuur om eindelijk mijn lang gekoesterde droom te verwezenlijken, vliegen.

Na jaren gespaard te hebben, ben ik sindskort begonnen aan mijn PPL opleiding. Het begon in de zomer. Op mijn dakterras met een theorie boek. Geboeid verslond ik pagina na pagina. Ik heb altijd een hekel gehad aan lezen en vooral Nederlandse boeken. Ik lees het liefst in mijn moedertaal Engels. Mijn Nederlandse leraar van vroeger zou het niet geloven, mijn allereerste boek dat ik ooit heb uitgelezen was “Meteorologie” op mijn 33ste. En nee, dit keer geen recensie stiekem van internet geplukt.

19 september was mijn eerste vliegles. Zenuwachtig. Niet vanwege het vliegen. Dat is mij niet nieuw. Ik heb regelmatig mee mogen vliegen met vliegvriendjes. Maar nu moest ik, mijzelf vooral, gaan bewijzen dat ik het ook kan. Dat ik prestatie-dwangnoroses heb, is nog licht gezegd. Dus na 5 Norit en een kopje thee in plaats van een stevige bak koffie zoals gewoonlijk, stapte ik in de auto en reed ietwat gespannen maar meezingend met het nummer Under Control van Calvin Harris naar EHLE (Lelystad Airport).

Aangekomen meteen even een eigen headset en logbook gekocht. Na de briefing en de checks in mijn Aquila gestapt (nou ja, 1/40 mijn deel dan). In de lucht van alles uitgeprobeerd met de Q (PH-KLQ). Even eens echt goed kennis maken met mijn nieuwe gevleugelde vriend waar ik hopelijk nog jaren mee ga vliegen. De Aquila is een fantastisch kistje. Super licht, zuinig, erg direct in controls en een ongekend mooi uitzicht dankzij de grote canopy. In de cockpit een state of the art glass Garmin cockpit. Als gadget freak is het geweldig te spelen met een touchscreen en alle belangrijke informatie voor je neus op een scherm te zien. Maar meteen blijkt dat voor mij ook een gevaar te zijn. Zoals mijn instructeur zegt “kijk eens naar buiten en stop met TV kijken!”. Oeps, mijn perfectionisme gecombineerd met een zeer accuraat systeempje waar je exact op kan zien wat je hoogte, snelheid, koers en nog veel meer is in digits, is te verleidelijk om naar te turen. Vooral als je de opdracht krijgt op 2000ft af te levelen en ozo graag exact 2000ft op je scherm wilt zien verschijnen. Maar goed, inmiddels ben ik goed op weg minder tv te kijken en meer te genieten van buiten en vooral ook VFR te vliegen.

“Zal ik een stall demonstreren?”, vraagt mijn instructeur tegen het einde van mijn les. Zo stoer als ik ben op de grond, een bangepoepert ben ik in de lucht. “Uh nou, dat is even een ‘dingetje’ “, antwoord ik met een bleekwit gezicht. Aan de grond vertel ik dat ik niet echt uitkijk naar die stall oefeningen. De enige achtbaan waar je mij in krijgt is een houten achtbaan. Geen loopings, niet al te scherpe bochten en niet meer dan 2G. Dat buik in mijn keel gevoel laat ik graag aan een kater op zondag over. En die flimpjes van stalls die eindigen in spins hebben mij leren eieren leggen van angst. “Ja ik weet dat het een onderdeel is van de PPL opleiding en ik zal ze echt doen, maar niet vandaag.” zeg ik terwijl ik mijzelf tegelijk probeer te overtuigen. Want zoals de Engelse spreekwoord “tomorrow never comes” luidt, pas ik de “morgen weer een dag” filosofie graag nog eventjes toe.

Nu heb ik 5 lessen achter de rug. Al heel veel geleerd. Slow flight, klim- en daalvlucht, bochten, circuit vliegen en groot deel van de landingen en complete takeoffs. In het syllabus staat dat les 6 begint met stall oefeningen. Nu kom ik er niet onderuit. Van 4 vrienden van de club therapie gehad. En afgesproken dat ik mijn “ballen” ga scheren, niet zeuren en de stalls met een grote glimlach ga doen. Alleen het probleem is, ik heb geen ballen, ik ben een vrouw en zeuren, tsja, wat zei ik, ik ben een vrouw dus dat is ook even een ‘dingetje’.